Om 7 uur vertrokken. Het was best koud, een graad of 5 Celsius. Deze route was door Ferry gemaakt.

Na het verlaten van het berggebied moesten we rechtsaf een grindweg op. Na zo’n 4 mijl had ik het wel gezien. Hier is een V Star niet voor gebouwd!!
Samen met Bart ben ik teruggegaan en over de highway omgereden.
De rest weer opgepikt en een tussenstop gemaakt bij Wabuska Bar, een oude bar met veel historie.Hier werd ik gebeld door Huub, dat zijn neefje van 16 na een tragisch ongeval in coma lag en zojuist was opgegeven door de doctoren. Hij zou dus zaterdag niet komen om op mijn motor het tweede deel te gaan rijden.
Alsof de hobbelweg nog niet voldoende was, kwamen we door nog zo’n vindingrijke routewijziging oog in oog te staan met twee guards van de US Navy. De weg die Fast Ferry had ingepland, liep dwars door een marinebasis. Nu leerden we later dat 500 miljoen jaar geleden grote delen van West Amerika uit zee bestond, maar midden in die woestijn kun je echt niet aanmeren met een boot, hoor jongens.
Op aanwijzing van de guards de route aangepast.

We zijn gestopt bij Sand Mountain, waar we in de schaduw bij 40 graden Celsius hebben geluncht.

We hebben Highway 50 overleefd. Eén lange weg zonder huizen, tankstations, restaurants etc. Lijkt geen eind aan te komen. In Austin hebben een aantal mensen een pin gekocht met “I survived Highway 50”. Ook Johan heeft zo’n speld, maar die was zeker niet verdiend. De Honda VT 1100 moesten al na zo’n 120 mijl op reserve en er was geen tankstation vóór Austin NV.
Hans besloot economisch te gaan rijden, door de snelheid niet boven de 50 mijl per uur te laten komen en zo constant mogelijk te rijden. Johan echter bleef bij zijn motto: “Gas erop!”. Dit nobele streven was wel de oorzaak van een weigering van zijn ijzeren paard op 4 mijl afstand van het tankstation. Gelukkig was Bert al gearriveerd met de limo en kwam netjes een jerrycan benzine brengen.

Nadat we allemaal hadden getankt ingecheckt bij een motel, waar we voor $35 per kamer konden overnachten. Nico en ik moesten echter in de King’s Suite, wat wel $5 duurder was. Gelukkig was Nico zo goed in Engels, dat hij op basis van zijn seniorenstatus weer korting heeft bedongen!
De beheerder en zijn vrouw sliepen bij de receptie. Erg vriendelijk en behulpzaam.
Nico kreeg de voorjaarskriebels en ging zijn motor maar eens wassen, hetgeen algehele navolging kreeg.
Co kwam erachter, dat de
draaicirkel van de Roadking best groot was.Austin was ooit een van de grootste en rijkste mijnwerkersplaatsen in de USA. Het authentieke plaatsje heeft nog 190 inwoners en een aantal leuke winkels en horeca-gelegenheden. Na ons diner in het restaurant, waar ook hier weer The Same as Him op het menu stond, zijn een aantal van ons op de terugweg nog even de saloon ingedoken.

Co had nog zó met zijn broer afgesproken om goed op te passen……